Het probleem

Eigenlijk zijn er twee redenen waarom bij veel werkgevers de kosten van een arbeidsongeschikte werknemer hoger zijn dan nodig is.

Deskundigheid

De eerste reden is het gebrek aan deskundigheid bij werkgevers. De wetgeving op dit gebied is bijzonder complex omdat de arbeidsrechtelijke bescherming van de werknemer, de heffing van premies werknemersverzekeringen bij de werkgever en de uitkeringsrechten van de werknemer op soms onverwachte wijze op elkaar inwerken. Het vergt bijzondere deskundigheid en ervaring om steeds op het juiste moment alles te doen wat nodig is om de kosten van een arbeidsongeschikte werknemer te beperken. Wanneer kan een uitkering worden aangevraagd? Wanneer moeten welke maatregelen worden getroffen om een loonsanctie te voorkomen? Werkgevers beschikken vaak niet over de vereiste deskundigheid en ervaring. Van kleine werkgevers kan dat sowieso niet worden verwacht. Maar de vereiste deskundigheid en ervaring is zo specifiek dat ook werkgevers met een afdeling P&O daarover meestal niet beschikken.

Onafhankelijkheid

Bij het besparen op de kosten van een arbeidsongeschikte werknemer hangt veel af van de bedrijfsarts. Zijn of haar deskundigheid en ervaring kunnen er voor zorgen dat mogelijke uitkeringen op tijd worden aangevraagd, dat tijdig maatregelen worden getroffen om loonsancties te voorkomen en dat werknemers op tijd behandelingen ondergaan teneinde de toekenning en duur van WGA-uitkeringen te beperken. Een tekort aan bedrijfsartsen maakt echter dat vooral kleinere werkgevers worden geconfronteerd met bedrijfsartsen die moeilijk of niet benaderbaar zijn, die minder ervaren zijn (soms niet eens als bedrijfsarts zijn opgeleid) en die niet de duidelijke antwoorden op relevante vragen geven die nodig zijn om moeizaam verlopende re-integraties in gang te trekken of op gang te houden. Maar ook grotere werkgevers moeten vaak ervaren dat loonsancties worden opgelegd, omdat het UWV achteraf (terecht of niet) van mening is dat de bedrijfsarts een verkeerd advies heeft gegeven en dat bij de toetsing van een beslissing tot toekenning van een WGA-uitkering blijkt dat een mogelijke behandeling ten onrechte achterwege is gebleven of te laat is ingezet, waardoor een WGA-uitkering en geen IVA-uitkering wordt toegekend.

Goed casemanagement kan dergelijke problemen voorkomen, door aan bedrijfsartsen op tijd de juiste vragen te stellen, door er op toe te zien dat op die vragen duidelijke antwoorden worden gekregen en door te zorgen dat op belangrijke momenten een second opinion wordt gevraagd van een andere bedrijfsarts of van het UWV. Gelet op de positie van de bedrijfsarts binnen een arbodienst kan goed casemanagement echter alleen worden geboden als de case-manager onafhankelijk is van de bedrijfsarts of arbodienst. Gebrek aan dergelijke onafhankelijkheid is de tweede reden waarom bij veel werkgevers de kosten van arbeidsongeschikte werknemers hoger zijn dan nodig is.

Goed casemanagement: deskundigheid en onafhankelijkheid

Goed casemanagement vraagt daarom om zeer specifieke deskundigheid en ervaring en om onafhankelijkheid. De casemanagers van Van Zijl Casemanagement kunnen u dat als geen ander bieden.