Voor welke (ex-) werknemers gelden de gevolgen voor de premiedifferentiatie en het eigenrisicodragen?

Bepalend voor de toerekening van de Ziektewet- of WGA-uitkering van een vangnetter aan de werkgever (zowel aan de werkgever die gedifferentieerde premie betaalt als de werkgever die eigenrisicodrager is), is de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. Indien deze vóór het einde van de arbeidsovereenkomst met de werkgever ligt, wordt de uitkering aan de werkgever toegerekend. Onduidelijk is of dat ook geldt voor de werknemer die ziek wordt na het einde van de arbeidsovereenkomst maar binnen vier weken nadat een eerdere periode van ziekte is geëindigd, indien de laatste dag van deze ziekteperiode nog wel binnen het einde van het dienstverband ligt. Doorgaans wordt dan geacht sprake te zijn van een doorlopende ziekteperiode (met dus een eerste ziektedag binnen het dienstverband), maar de wettelijke bepaling waar het om gaat lijkt te zien op de berekening van het einde van de wachttijd van 104 weken en niet op het bepalen van de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. Uit kringen van overleg met het Ministerie en het UWV is vernomen dat het UWV zich op het standpunt zou stellen dat elke ziekmelding binnen vier weken na het einde van het dienstverband aan de werkgever zou worden toegerekend (hetgeen ons in elk geval onjuist lijkt indien er geen eerste dag van arbeidsongeschiktheid is binnen het dienstverband met de werkgever), tenzij de werknemer eerst een WW-uitkering zou hebben aangevraagd en daarna ziek zou zijn geworden.

 

Vóór 2012 toegekende Ziektewet- en WGA-uitkeringen worden in elk geval niet aan de werkgever toegerekend (omdat het UWV van die uitkeringen niet heeft geregistreerd aan welke werkgever zij toegerekend zouden moeten worden).


Gevolgen van de wet voor (middel)grote werkgevers