Wat kunnen werkgevers doen om deze gevolgen te beperken?

De nieuwe wetgeving is complex. Het is niet gemakkelijk om deze te bevatten, om alle gevolgen daarvan te overzien en alle effecten daarvan te voorzien. Vooralsnog lijken de volgende adviezen op zijn plaats.

 

1.            Eigenrisicodrager Ziektewet worden

          Werkgevers zouden in 2013 allereerst dienen te onderzoeken of zij per 1 januari 2014 eigenrisicodrager voor de Ziektewet willen worden. In dat geval zijn de Ziektewetuitkeringen die tot die datum zijn toegekend niet voor rekening van de werkgever. Daartegenover komen alle Ziektewetuitkeringen die na die datum worden toegekend aan werknemers die ziek uit dienst gaan, voor rekening van de werkgever en dient de werkgever ook aan de wettelijke verplichtingen te voldoen die voor eigenrisicodragers van Ziektewetuitkeringen gelden. De verplichtingen als eigenrisicodrager voor Ziektewetuitkeringen gaan verder dan die welke gelden voor eigenrisicodragers van WGA-uitkeringen, bijvoorbeeld voor wat betreft het voorbereiden van besluiten die het UWV vervolgens neemt, al kan de werkgever die werkzaamheden ook tegen betaling door het UWV laten doen.

          N.B.: De register casemanagers van Van Zijl Casemanagement B.V. kunnen u adviseren ten aanzien van de gevolgen van het eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet.

 

2.            Re-integratie vangnetters bevorderen

Verder zouden werkgevers de gevolgen van de premiedifferentiatie van de WGA-uitkeringen van vangnetters in 2014 en 2015 en de eventuele stijging van de premie voor het WGA-eigenrisicodragen in 2016, die het gevolg zou zijn van een keuze om eigenrisicodrager te blijven, kunnen beperken door de re-integratie te bevorderen van werknemers die in of na 2010 ziek uit dienst zijn gegaan. Weliswaar heeft de ex-werkgever niet de re-integratieverantwoordelijkheid zo lang deze nog geen eigenrisicodrager is, maar de re-integratie kan toch worden bevorderd door deze werknemers een proefplaatsing (werken met behoud van uitkering) of een tijdelijk contract aan te bieden, zodat werkhervatting mogelijk is en herstel kan worden bevorderd.

          N.B.: De register casemanagers van Van Zijl Casemanagement B.V. kunnen u adviseren ten aanzien van de mogelijkheden tot bevordering van de re-integratie van vangnetters.

 

3.            Registratie van vangnetters

Werkgevers zouden er tenminste voor moeten zorgen dat zij overzicht krijgen op het bestand van vangnetters met (mogelijk) een Ziektewet- of WGA-uitkering door te registreren welke werknemers ziek uit dienst zijn gegaan. Gelet op de onduidelijkheid ten aanzien van de vraag of ook werknemers meetellen die binnen vier weken na uitdiensttreding ziek zijn geworden (zie boven), zou deze registratie ook de werknemers dienen te omvatten waarvan een periode van ziekte is geëindigd vier weken voor het einde van het dienstverband. Een dergelijke registratie kan een belangrijke rol spelen bij het beperken van de premiestijging van het WGA-eigenrisicodragen in 2016.

          N.B.: De register casemanagers van Van Zijl Casemanagement B.V. kunnen u helpen een registratie van vangnetters tot stand te brengen.

 

4.            Aangaan van tijdelijke arbeidsovereenkomsten

De nieuwe wetgeving vereist van werkgevers een geheel andere opstelling ten opzichte van werknemers met een tijdelijk contract. Niet langer betekent het einde van een arbeidsovereenkomst dat vóór de eventuele ingangsdatum van de WIA-uitkering is gelegen ook het einde van de kosten van arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Hoewel medische keuringen niet zijn toegestaan, lijkt voorzichtigheid met het aangaan van tijdelijke arbeidsovereenkomsten geboden als het gaat om werknemers met een bovengemiddelde kans op ziekteverzuim.

 

5.            Ontslag

In geval van uitdiensttreding of ontslag van werknemers zouden werkgevers dienen te bevorderen dat zo mogelijk een eventuele periode van ziekte die voorafgaat aan het einde van de arbeidsovereenkomst, uiterlijk op de laatste dag van de arbeidsovereenkomst (maar liefst nog vier weken eerder) eindigt. Indien ziekmelding bij het UWV heeft plaatsgevonden (uiterlijk na 42 weken), dan dient hersteldmelding plaats te vinden. Bevorderd dient te worden dat de werknemer na het einde van de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk een WW-uitkering (en geen Ziektewetuitkering) aanvraagt.

          N.B.: De advocaten van Kantoor Mr. van Zijl zijn op de hoogte van de mogelijke consequenties van het ontslag van een zieke werknemer en houden daarmee nu al rekening bij hun advisering.

 

6.            Registratie no risk-polis

Ziektewet- en WGA-uitkeringen komen, ook na 2014, niet voor rekening van de werkgever als het gaat om een uitkering aan een werknemer die een "structurele functionele beperking” heeft: de zogenaamde "no risk-polis”. Dit betreft onder meer werknemers met een WAO-,  Wajong- of WIA-uitkering. De groep werknemers waar het om gaat is tamelijk divers en werkgevers hebben heel vaak niet in beeld om welke werknemers het in hun geval gaat. Het is voor werkgevers zaak een sluitende registratie te krijgen van de werknemers voor wie deze no risk-polis zou gelden.

          N.B.: De register casemanagers van Van Zijl Casemanagement B.V. kunnen een onderzoek instellen naar deze werknemers met een structurele functionele beperking en een sluitende registratie van deze werknemers tot stand brengen.

 

7.            Bezwaar en beroep

Het kritisch volgen van beslissingen van het UWV tot toekenning van Ziektewet- en WGA-uitkeringen aan (ex-) werknemers en het afdwingen van tijdige herbeoordelingen is dringend noodzakelijk om te voorkomen dat het UWV op onjuiste gronden een uitkering toekent of deze uitkering te lang laat voortduren. Toetsen van de juistheid van beslissingen kan door het instellen van bezwaar (en later eventueel beroep en hoger beroep). De advocaat van de werkgever kan daarbij krijgen in de medische gegevens van de werknemer, zij het dat daarbij dan voor de advocaat een geheimhoudingsplicht kan gelden ten opzichte van de werkgever. Het afdwingen van herbeoordelingen kan geschieden door daartoe een aanvraag in te dienen op een daartoe geëigend tijdstip. Kennis omtrent het geëigende tijdstip kan worden gekregen door tegen de voorgaande beslissing bezwaar te maken en in dat verband kennis te nemen van de onderliggende medische stukken.

N.B.: De advocaten van Kantoor Mr. van Zijl beschikken als geen ander over ervaring en deskundigheid op dit specifieke gebied.